Working on public-friendly access to archaeological knowledge and collections

Werken aan een publieksvriendelijke ontsluiting van archeologische kennis en collecties
Begin - Einde 
2019 - 2020 (afgewerkt)
Vakgroep(en) 
Vakgroep Archeologie
Vakgroep Geschiedenis
Tijdsperiode 
Land/Regio 
Taal 
Onderzoeksmethode 
Trefwoorden 
Public history
Public archaeology
cultural heritage
Heritage

Tabgroup

Abstract

Dit rapport is het resultaat van het onderzoeksproject ‘Werken aan een publieksvriendelijke ontsluiting van archeologische kennis en collecties’, dat startte als een gezamenlijk initiatief van de minister bevoegd voor Onroerend Erfgoed en de minister bevoegd voor Cultuur. De interesse van de ministers kwam voort uit de vaststelling dat archeologisch onderzoek in Vlaanderen regelmatig in het nieuws komt maar dat het dan vaak communicatie betreft die past binnen het maatschappelijk debat rond archeologische erfgoedzorg (kostprijs, ingreep op het ruimtegebruik...). Wat moeilijker het publiek bereikt, is de kenniswinst die door archeologisch onderzoek wordt geboekt, maar die - indien goed overgebracht - een maatschappelijke meerwaarde betekent. Op vraag van de ministers werd door het agentschap Onroerend Erfgoed en het Departement Cultuur, Jeugd en Media gezamenlijk een onderzoeksproject uitgeschreven. Dit werd uitgevoerd door een consortium van drie onderzoeksgroepen van de Universiteit Gent: het Instituut voor Publieksgeschiedenis, het Ghent Centre for Digital Humanities en de Onderzoeksgroep Historische Archeologie.

De aanbevelingen uit het rapport in een notendop:

Een verbeterde publiekswerking binnen de archeologische sector is een gedeelde verantwoordelijkheid van vele partners. De overheid en haar gesubsidieerde partners moeten hierbij een belangrijke rol spelen door als een steunpunt te werken en een visie op publieksarcheologie te formuleren die ruimer gaat dan louter de communicatie van onderzoeksresultaten.

Er zijn diverse actoren in Vlaanderen die reeds inspanningen doen voor archeologie en archeologische publiekswerking, maar die worden te vaak gedreven vanuit individuele engagementen. Maak van de archeologische sector een weerbare, genetwerkte sector zodat er meer interactie en synergie ontstaat. Ook vrijwilligerswerk blijkt extreem belangrijk binnen de archeologische publiekswerking, een betere ondersteuning van dit vrijwilligerswerk is cruciaal.

Elke fase van een opgraving moet aangegrepen worden als een kans om burgers te sensibiliseren voor archeologie. Er zijn verschillende antwoorden op de vraag waarom archeologen graven naar het verleden: het wetenschappelijke, het beleidsmatige, het urgente. Een antwoord op de maatschappelijke ‘waarom?’-vraag, gekaderd in een algemene visie op publieksarcheologie, zal bedrijven en lokale overheidsdiensten ondersteunen in de communicatie met zowel burgers als opdrachtgevers, en argumentatie leveren voor publiekswerking rond een opgraving.

Uit het onderzoek blijkt dat kinderen en jongeren nu al een prioritaire doelgroep zijn voor publiekswerking, zowel op lokale opgravingen als voor de Archeologiedagen. Via kinderen en jongeren worden ook ouders bereikt. Maak van kinderen, jongeren en scholen prioritaire doelgroepen in het publieksbeleid.

Het maatschappelijk draagvlak voor archeologie heeft baat bij een inhoudelijk holistische benadering waarin archeologie, geschiedenis, bodem en natuur als één geheel worden beschouwd. Onderzoek in de toekomst verder wat de relaties zijn met de beleidsdomeinen ruimtelijke ordening, landschapsontwikkeling, natuurbeheer, media, onderwijs en toerisme, en op welke manier afstemming en samenwerking op verschillende beleidsniveaus mogelijk is.

Onderzoekers

Promotor(en)

Postdoctorale medewerker(s)

Onderzoeker(s)

Publicaties