Het proefschrift onderzoekt de geschiedenis van het Vlaams-nationalisme in Limburg (1945-1970), met onder meer de oprichting en ontwikkeling van de Volksunie (VU). De VU kwam er in vergelijking met de rest van Vlaanderen later tot stand. In de zeer katholieke provincie Limburg had de Christelijke Volkspartij (CVP) tot het begin van jaren 1970 een bijna monopolie van de macht. Ze vertaalde die macht ook via de katholieke zuil. Was de macht van de katholieke zuil de reden van de late ontwikkeling van de VU? Of moet de turbulente oorlogsgeschiedenis van de mijnprovincie in rekening worden gebracht? Om dat na te gaan wordt de continuïteit en discontinuïteit van het Vlaams-nationalisme vanaf 1910 onderzocht, onder meer met een prosopografie van Vlaams-nationalistische militanten en het politieke personeel van de VU in Limburg. Daarnaast krijgen de politieke acties van de Limburgse VU aandacht, onder meer in verband met de sluiting van de mijnen en de taalperikelen in de Voerstreek die mogelijk een verklaring zijn voor de doorbraak van de partij.