Narrating the crack. Individual and cultural trauma in the narrative of Argentina's "hijos"

Narrar la grieta. Trauma individual y cultural en la narrativa de los "hijos" argentinos
Begin - Einde 
2016 - 2021 (lopend)

Tabgroup

Abstract

This doctoral dissertation looks at the narrative fiction of Argentina's "children of the disappeared" through the lens of trauma. In Argentina, over the course of the past decades, the most recent dictatorship (1976-1983) has imposed itself as a cultural trauma which has profoundly altered the ways in which the country's past is being thought and talked about. First and foremost, this is the result of a particular brand of memory activism developed through the 1980's and '90's, in which organisations populated by family members (mothers, grandmothers, children) of the victims foregrounded a discourse of "Memory, Truth and Justice" -thus installing a hegemonic framework in which kinship and memory work went hand in hand. However, over the course of the last 15-20 years, a considerable number of so-called "hijo" authors and artists, as well as cultural critics, have also come to challenge key aspects of this discourse.

The study of trauma in culture, on the other hand, came to fruition during this same period, specifically in Anglo-Saxon Holocaust studies. This framework was dominated by the interweaving of Freudian and Lacanian psychoanalysis, on the one hand, and deconstructivist literary analysis in the tradition of Lyotard and de Man, on the other hand, and remains influential to this day. By analyzing a corpus of novels published by "hijos" between 2006 and 2016, I confront these trauma theories with Argentina's particular memory discourse, as well as with the country's own long-standing tradition of psychoanalytical and psychosocial thought. My goal in doing so is threefold:

1- introducing Anglo-Saxon thinking on trauma to a Latin American academic audience, as a considerable part of the field's most influential thinkers-have-as yet not been translated into Spanish;

2- questioning and dislodging a number of important aesthetic and ethical premises within Western trauma theory through the close reading of a corpus born out of a fundamentally different political context and a highly particular conception of memory activism;

3- through this same close reading, investigating the ways in which "hijo" authors engage with, and uproot, the cultural tropes and schemata for coping with the dictatorship's traumas that the hegemonic-kinship-based discourse imposed on them.

Dit doctoraat onderzoekt de verhalende fictie van Argentijnse “kinderen van verdwenenen” doorheen de lens van trauma. In Argentinië heeft de laatste dictatuur (1976-1983) zich in de loop van de laatste decennia opgeworpen als een cultureel trauma dat de manieren waarop er in het land over het verleden nagedacht en gesproken wordt grondig door elkaar heeft geschud. In de eerste plaats is dat het gevolg van een hoogsteigen vorm van herinneringsactivisme die tot stand kwam tijdens de jaren 1980 en ’90, waarbij organisaties bevolkt door familieleden (moeders, grootmoeders, kinderen) van slachtoffers een discours van “Herinnering, Waarheid en Gerechtigheid” op de voorgrond wisten te plaatsen. Op deze manier creëerden ze een hegemonisch denkkader waarin verwantschap en herinneringswerk hand in hand gingen. Tegelijkertijd is een aanzienlijk aantal zogenaamde “hijo”-schrijvers en -artiesten, samen met culturele critici, in de loop van de voorbije 15 à 20 jaar een aantal sleutelelementen van dit discours steeds meer in vraag gaan stellen.

Het onderzoek naar trauma in zijn culturele verschijningsvormen kwam dan weer tot bloei gedurende deze zelfde periode, meer bepaald in Holocauststudies in de Angelsaksische wereld. Dit raamwerk werd aanvankelijk gedomineerd door een vervlechting van Freudiaanse en Lacaniaanse psychoanalyse enerzijds, en deconstructionistische literaire analyses in de traditie van Lyotard en de Man anderzijds, en blijft tot op vandaag invloedrijk. Door een corpus te analyseren van romans van “hijos” die gepubliceerd werden tussen 2006 en 2016, confronteer ik deze theorieën met het specifieke Argentijnse herinneringsdiscours, net als met de lange eigen traditie van dit land op het vlak van psychoanalytisch en psychosociaal denken. Mijn doel hierbij is drieledig:

1- het Angelsaksische denken over trauma introduceren tot een Latijns-Amerikaans academisch publiek, aangezien een aanzienlijk deel van de meest vooraanstaande denkers tot nader order nog niet naar het Spaans vertaald werd;

2- een aantal belangrijke esthetische en ethische premissen van Westerse traumatheorieën in vraag stellen en ontwrichten door middel van de close reading van een corpus dat ontstond in een fundamenteel verschillende politieke context en vanuit een hoogsteigen visie op herinneringsactivisme;

3- doorheen deze zelfde close reading: de manieren onderzoeken waarop “hijo”-auteurs de confrontatie aangaan met de culturele tropen en schema’s om met de trauma’s van de dictatuur om te gaan, zoals die hen door het hegemonische, op verwantschap gestoelde discours opgelegd werden, net als de manieren waarop ze deze denkpatronen doorbreken.

Onderzoekers

Promotor(en)

Doctoraatsstudent(en)

Externe medewerkers

Teresa Basile

Universidad Nacional de La Plata