Cees Nooteboom and his staging of the foreign. A literary comparative and translational study on the translation of interculturalism in his work

Cees Nooteboom en de enscenering van het vreemde. Een literair-comparatistisch en vertaalwetenschappelijk onderzoek naar de vertaling van interculturaliteit in zijn oeuvre.
Start - End 
2016 - 2016 (ongoing)
Type 
Department(s) 
Department of Translation, Interpreting and Communication
Research group(s) 

Tabgroup

Abstract

Reflection on the familiar and the foreign constitutes an important element of Nooteboom’s work. His novels are characterized by references to other literary works, frequently in other languages and by culture-specific elements, by contemplations about language differences and likewise by the use of several rhetorical, often classical tropes. Thus, the translation of Nooteboom’s work constitutes a complex challenge for translators. This study aims to answer the following questions: How do translators deal with Nooteboom’s fascination for the foreign? How is the source text’s interculturalism rendered in various target cultures?

The terms “foreign” and “familiar” will be treated and defined. What is foreign, what is familiar in Nooteboom’s work? Does familiar mean, familiar to the Dutch language and culture or familiar to the author? What is applied as standard in one language or culture is not automatically applied in another language or culture. If you translate the familiar (of Nooteboom’s work, of the Dutch language), it becomes foreign. Conversely, if you translate the foreign, it will become differently foreign or, depending on the translator’s interpretation, differently familiar (namely familiar to the target culture).

This study aims to inventory and describe the problems with which translators are confronted and aims to observe the solution strategies they develop. Structural and typological aspects of the Dutch language on the one hand and sociocultural and poetical elements in the Dutch source texts on the other hand compel translators to make use of all their talents to opt for a particular and convenient choice and thereby determining position. In this study the focus will be on passages which are difficult to translate, like metaphors, oxymorons, multilinguism, metalanguage and humor. Nooteboom’s handling of intertextuality and culture-specific relationships will also be examined. The various translator interpretations will be compared with each other and with the source text. Subsequently, it will be deduced how the author’s poetics and the translator’s poetics relate to each other in this corpus, and a conclusion with respect to interculturalism in Nooteboom’s translated work will be drawn.

The corpus of this PhD project consists of the translations into French, German, English, and Portuguese of five Dutch Nooteboom novels: Een lied van schijn en wezen, Rituelen, In Nederland, Allerzielen and Paradijs verloren.

Contact: Marieke.FrenkelKloosterman@UGent.be

De reflectie op het “eigene” en het “vreemde” vormt een karakteristiek element in Nooteboom’s werk. Zijn romanoeuvre kenmerkt zich door referenties naar andere, vaak anderstalige literaire werken en naar cultuurspecifieke elementen, door beschouwingen over taalverschillen en door het gebruik van diverse retorische, vaak klassieke stijlfiguren. Hierdoor vormt het vertalen van Nooteboom’s oeuvre een complexe uitdaging voor vertalers. Dit onderzoek zoekt een antwoord op de volgende vragen: Hoe gaan de vertalers met Nooteboom’s fascinatie voor het vreemde om? Hoe wordt de interculturaliteit uit de bronteksten in de verschillende te onderzoeken doelculturen weergegeven?

De begrippen “vreemd” en “eigen” zullen worden geproblematiseerd en gedefinieerd. Wat is vreemd, wat is eigen in het werk van Nooteboom? En is eigen, eigen aan de Nederlandse taal en cultuur of eigen aan de auteur? Wat als norm geldt in de ene taal of cultuur, geldt niet automatisch in een andere taal of cultuur. Als je het eigene (van het werk van Nooteboom, van de Nederlandse taal) vertaalt, wordt het vreemd. Omgekeerd geldt dat als je het vreemde vertaalt, het ánders vreemd of, afhankelijk van de vertaalinterpretatie van de vertaler, weer eigen wordt, maar dan ten opzichte van het origineel ánders eigen, namelijk eigen aan de doelcultuur.

Deze studie wil inventariseren en beschrijven met welke problemen vertalers geconfronteerd worden en observeren welke oplossingsstrategieën ze ontwikkelen. Structurele en typologische aspecten van het Nederlands enerzijds en sociaal-culturele en poëticale elementen in de Nederlandse bronteksten anderzijds dwingen de vertalers ertoe al hun talenten te ontplooien en “kleur te bekennen”. In dit onderzoek zal de aandacht uitgaan naar vertaaltechnisch gezien problematische tekstpassages, zoals metaforen, oxymorons, meertaligheid, metataal en humor. Daarnaast zal Nooteboom’s omgang met intertekstualiteit en met cultuurspecifieke relaties nader onder de loep worden genomen. De in de vertalingen zichtbaar geworden interpretaties zullen met elkaar en met de brontekst worden vergeleken. Daaruit zal worden afgeleid hoe in het onderzochte corpus teksten de auteurspoëtica en de vertalerspoëtica’s zich tot elkaar verhouden en zal een uitspraak worden gedaan over de weergave van de interculturaliteit in Nooteboom’s vertaalde oeuvre.

Het corpus van dit doctoraatsproject omvat vertalingen in het Frans, Duits, Engels en Portugees van vijf romans: Een lied van schijn en wezen, Rituelen, In Nederland, Allerzielen en Paradijs verloren.

Contact: Marieke.FrenkelKloosterman@UGent.be

 

People

Supervisor(s)

Phd Student(s)