Transitivity oppositions in a diachronic typological perspective. Labile verbs in the history of the Indo-European languages

Transitiviteitsopposities in een diachroon-typologisch perspectief. Labiele werkwoorden in de geschiedenis van de Indo-Europese talen
Start - End 
2021 - 2025 (ongoing)
Department(s) 
Department of Linguistics
Research Focus 
Research Methodology 

Tabgroup

Abstract

Many linguists believe that the language of our Indo-European ancestors had a considerable number of verbs which may appear both in intransitive and transitive constructions with no formal change in the verb, as in the case of English "The door opened" ~ "John opened the door" or Dutch "De sleutel draait in het slot" ("The key turns in the lock") ~ "Jan draait de sleutel in het slot" ("John turns the key in the lock"). Such verbs are called ‘labile’. However, and most
amazingly, many other languages of the Indo-European family (such as Armenian, Hindi, Lithuanian or Russian) normally require different forms in different contexts. In other words, these languages have no or very few labile verbs. Such versatility observed within just one language family has puzzled linguists and Indo-Europeanists for more than 100 years. Although the phenomenon of lability is wellknown from grammatical studies, its origin and evolution remains unclear. The research project focuses on the evolution of the system of labile verbs in several Indo-European language families (Indo-Aryan, Iranian, Greek, Italic, Romance, Germanic, Slavic).

Veel taalkundigen zijn ervan overtuigd dat de taal van onze Indo-Europese voorouders een groot aantal werkwoorden bezat die zowel in onovergankelijke als overgankelijke constructies verschijnen zonder formele verandering in het werkwoord, zoals in het Engels "The door opened" (De deur ging open) ~ "John opened the door" (Jan opende de deur) of in het Nederlands "De sleutel draait in het slot" ~ "Jan draait de sleutel in het slot". Dergelijke werkwoorden worden 'labiel' genoemd. Opmerkelijkerwijs vereisen veel andere talen van de Indo-Europese familie (b.v. Armeens, Hindi, Litouws of Russisch) juist wel andere vormen in verschillende contexten. Deze talen hebben met andere woorden geen of zeer weinig labiele werkwoorden. Taalkundigen en Indo-Europeanisten hebben zich meer dan honderd jaar het hoofd gebroken over zoveel variatie in dezelfde taalfamilie. Ofschoon het verschijnsel van labiliteit welbekend is uit grammaticale studies, blijft de oorsprong en evolutie ervan onduidelijk. Het onderzoeksproject concentreert zich op de
evolutie van labiele werkwoorden in verschillende Indo-Europese taalfamilies (Indo-Arisch, Iraans, Grieks, Italisch, Romaanse, Germaans, Slavisch).

People

Supervisor(s)

Postdoc(s)